 |
|
Woensdag 9 april 2003
|
Proef mèt spraakherkenning voor
scholieren met dyslexie door René Torley Duwel |
HAARLEM - Lisanne Hartman (14) is geen helderziende puber, maar als ze in
de tweede klas havo op de Schoter Scholengemeenschap een dictee moet maken,
dan weet ze dat de uitkomst een onvoldoende is: Lisanne is dyslectisch.
Ze heeft moeite met lezen en spellen. "Staat er bijvoorbeeld inderdaad dan
lees ik indro. En uitgang in plaats van uitgaan. Als ik lang achtereen lees
zie ik groene strepen én vlakken." Wiskunde is haar favoriete vak: veel
cijfers en niet zoveel letters. Ze wil boerin of architect worden; dan heb
je of je handen nodig of je denkt in beelden. "Mijn kamer richt ik onwijs
vaak anders in: Heb net het bed eruit gegooid en slaap op de grond.'' Dyslectische
leerlingen. zijn niet dom of lui, hun falen is geen onwil. Ze doen vaak
extra hun best, besteden uren aan huiswerk. Zo beginnen ze vrijwel nooit
pas de avond voor een proefwerk met 'stampen', want dan halen ze gegarandeerd
een onvoldoende. Gebeurt dat onder hun geploeter toch, dan is het dubbel
pijnlijk als de decent hen in de klas zegt harder te werken: Veel leerlingen
verliezen hun zelfvertrouwen, worden gespannen en faalangstig, of geven
het op: 'zie je wel dat het niet lukt'. En gaan uiteindelijk datgene vermijden
waarmee ze zo'n moeite hebben.
Eén op de tien leerlingen verlaat de basisschool 'functioneel ongeletterd':
onvoldoende hun leesvaardig om zich te kunnen redden. Lezen is het belangrijkste
dat kinderen op de basisschool leren. Het is voorwaarde om ooit te kunnen
'leren'. Lisanne weet vanaf haar zesde jaar dat ze dyslectisch is: Haar
schooltijd was daardoor niet altijd even plezierig, want je moet dan elke
dag naar school om te laten zien wat je niet kan. Lisanne nu: "Ik wilde
alles kunnen wat klasgenoten ook konden. Ik wilde hetzelfde zijn."
Dyslexie kon bij Lisanne in een vroeg stadium worden vastgesteld, omdat
haar vader hetzelfde heeft. Lisanne heeft sindsdien extra lessen gehad om
haar schrijf- en leesprobleem de baas te worden. Maar ze weet dat je dyslexie
je hele leven houdt: "Je kunt wél Ieren ermee om te gaan", zegt ze in de
mediatheek van het Schoter. Deze school (negenhonderd leerlingen) biedt
sinds 1996 dyslectische kinderen extra faciliteiten: Van extra begeleiding
om taalachterstanden weg te werken tot het opblazen van proefwerken tot
A3-formaat als blijkt dat een leerling daaraan behoefte heeft. Maar op de
eerste plaats komt toch dat elke docent weet wet dyslexie is en hoe je met
een dyslectisch kind moet omgaan. De docent moet tonen vertrouwen te hebben
in de ontwikkeling van de leerling. "Hij geeft de leerling positieve aandacht,
zodat deze het gevoel heeft dat hij weet wat hij waard is" vertelt Rita
de Swart. Zij is op het Schoter lerares Nederlands en daarnaast verantwoordelijk
voor de begeleiding"van alle 56 dyslectische leerlingen tot aan hun eindexamen.
De Swart: "Leerlingen en ouders kunnen bij mij altijd terecht. Het belangrijkste
is dat we het probleem accepteren en serieus nemen, extra tijd en aandacht
aan hen besteden. Zo benaderen we spelfouten soepel door bijvoorbeeld een
fonetisch correct geschreven woord goed te rekenen. Alleen als het om een
dictee gaat natuurlijk niet: Laptops met spellingscorrectie zijn ook toegestaan.
Verder krijgen ze studieboeken en proefwerken op band, meer tijd geven voor
het maken van opdrachten." Daarbij komt mogelijk in het nieuwe schooljaar
een ander hulpmiddel: spraakherkenning via de computer. Half maart is daartoe
een proefproject op het Schoter begonnen, waaraan Lisanne en drie andere
dyslectische leerlingen meedoen. Ze hoeven nu geen teksten meer te schrijven
of te typen. Dicteren in plaats van schrijven is voor hén een uitkomst.
|
 |
De woorden
worden volledig en zonder typefouten door middel van spraak op het scherm
gezet en deze kunnen ze met één commando laten voorlezen'. De ingebouwde
spelling en grammaticacontrole zorgt ervoor dat de tekst foutloos op het
beeldscherm verschijnt. Binnengekomen e-mail, internetteksten, gescande
pagina's en door anderen aangeleverde teksten worden zonder problemen hardop
voorgelezen door de pc.
De software voor en de begeleiding van deze proef op het Schoter wordt
geleverd door het Heemsteedse bedrijf Advance Voice Technology. De dagelijkse
praktijk moet uitwijzen in welke vorm deze spraakherkenning een hulpmiddel
kan zijn bij dyslexie. Eind mei wordt bekeken of de school deze software
voor nog meer dyslexieleerlingen gaat gebruiken. Een vergelijkbare proef
op een Hilversumse school voor speciaal basisonderwijs had al veel succes,
aldus Pim Schoonderwoerd van AVT.
De Swart hoopt dat de spraakherkenning haar leerlingen veel steun in
de rug geeft, waardoor ze meer zelfvertrouwen krijgen. "Dit is natuurlijk
geen medicijn tegen dyslexie maar gewoon een extra hulpmiddel: Ik ben benieuwd
wat het kan opleveren. Dankzij de spraakherkenning komen ze met teksten
die niet vol taalfouten staan, geweldig voor die leerlingen!
In de mediatheek zet Lisanne de microfoonset op haar hoofd. Iedere week
is ze hier ongeveer anderhalf uur bezig met het verfijnen van haar profiel
voor het computerprogramma teneinde de spraakherkenning te vervolmaken.
"Word wakker", zegt ze om de computer te activeren. "Daar ben ik weer."
Op het beeldscherm verschijnen de letters die de net uitgesproken zin in
foutloos Nederlands vormen. "Er zijn nu meerdere personen hier." De computer
herkent het woord 'meerdere' niet: "Ga drie woorden terug." Ze roept met
haar stem een ander venster op om 'meerdere' juist te spellen.
Lisanne: "Woorden horen is voor mij veel makkelijker dan ze op, papier
herkennen. Mijn laptop leest alles voor, ook in de klas. Zo gaat alles veel
beter. Alle lesboeken staan nu op een cd-rom. Daarvoor hebben we thuis met
z'n allen iedere avond tijdens het tv kijken iedere pagina uit die boeken
eerst moeten inscannen en daarna op die cd branden. We zijn er maanden zoet
mee geweest."
De antwoorden voor een proefwerk spreekt Lisanne ook op haar laptop in,
waarna ze de tekst in de mediatheek uitprint en aan de docent overhandigt.
Vanwege haar dyslexie behoort Lisanne niet tot de trouwste lezers van Haarlems
Dagblad. "Af en toe lees ik een kop of fotobijschrift. Meestal vraag ik
m'n moeder wat er aan de hand is. Strips lees ik wel. Ik begrijp nog steeds
niet dat jullie Casper eruit hebben gegooid. Hij moet terug!"
|